94.
Nu wendt hij fluks zich tot zijn medgezel:
‘Keer naar Egypte op 't eerste morgengloren,
Daar ik te nacht naar Salems wallen snel.
Een brief van mij waar' moeite en tijd verloren:
Waar gij verschijnt, ben ik onnut: Vaarwel!
Gij zult den Vorst Buljons besluit doen hooren:
Gij past aan 't Hof. Mij lokt het krijgsgewoel
Naar ruimer veld, waar ik mij thuis gevoel!’ -