13.
En zouden wij lafhartig blijven siddren,
In koude rust tot wreken onbereid?
Moet heel Judea voor een handvol riddren
Bezwijken, tot Zijn grooter heerlijkheid?
Moet door heel 't Oost, ter prooi aan Zijn aanbiddren,
Zijn naam, Zijn woord, verkondigd en verbreid,
Op nieuwe wijze in nieuwe tongen leven,
Uit erts gesmeed, in 't marmer uitgedreven?