90.
‘Gij Helden! die een halve waereld door
De kruisvaan droegt, spijt duizende gevaren!
Gezalfden Gods, wie Christus-zelf verkoor
Tot opbouw van zijn omgestorte altaren!
Die Griek en Pers deedt tuimlen buiten 't spoor,
Gebergte en ijs en wervelwind en baren,
Ja, 't zwaard van dorst en honger hebt weêrstaan!
Gevreesden! hoe? grijpt thands de vrees U aan?