50.
Maar of ik al met diep beklemd gemoed
Mijn lot voorzag, o jammer! wat kon 't baten?
Mijn schuchtre jeugd zocht, aarzlend voet voor voet,
Een vast besluit, te teeder om te haten!
En dan - half naakt te scheiden van mijn goed,
Mijn moeders graf vrijwillig te verlaten....
Ach, 't scheen zoo zwaar! Veelméér dan dat de dood
Mij de oogen look waar ik ze 't eerst ontsloot!