33.
De wilde jagers en gejaagden renden
Tot bij den voet van Salems muurgevaart;
Als, met een kreet, de Heidenen zich wenden
En, links en rechts, in breeden boog geschaard,
't Vijandig heir aangrijpen in de lenden,
Met al de kracht van 't onbarmhartig zwaard;
Terwijl Argant, die plotsling 't sein doet schallen,
De Christenen in 't front komt overvallen.