15.
Nu scheemren hem Tortozaas velden tegen:
Dáárheen! dáárheen, met onweêrhouden spoed!
Half is de zon ten golven uitgestegen,
Half is haar schijf verborgen in den vloed.
Reeds heeft Buljon den God van allen zegen
Naar vroom gebruik met de uchtendbeê begroet,
Als, met de zon, maar rijker nog in luister,
De Aartsengel Gods hem toestraalt uit het duister.