25.
Hij, wien aldus de voorrang is beschoren,
Wordt door den Veldheer overluid begroet:
- ‘Ga, Tankred! gij zijt voor den roem geboren:
Verneder gij des snorkers overmoed!’
Den jongen held, tot zulk een daad verkoren,
Staan hart en oog in laaien vreugdegloed:
Hij stijgt te paard; en onder zegebede
En krijgsgejuich trekt heel een menigt' mede.