43.
De grimmigheid, waarvan die oogen gloren,
Verbijstert den afvalligen barbaar.
Reeds sist het staal des vijands in zijn ooren,
Reeds krimpt hij als getroffen in elkaâr.
Hij wijkt, en 't zwaard, dat hem door 't hart moest boren,
Valt neder op de arduinen brugpilaar.
De splinters reegnen flikkrend naar beneden,
En Rambout voelt de doodskoû in zijn leden.