82.
En heel dit volk, nog straks een kokend meir,
Een gruwelbent, door razernij bevangen,
Door furiën, met fakkel, zwaard en speer
Vooruitgezweept bij huilende oproerzangen,
Hoort zwijgend toe, en buigt het hoofd ter neêr,
Met purpren schaamte en doodsangst op de wangen,
Als Argillan, hun vriendenkring ontvoerd,
Ontwapend en in boeien wordt gesnoerd.