46.
Tot driewerf sluit hij ze open, om het licht
Der lieve zon nog eens te zien: driewerven
Rijst hij omhoog, maar zijgt in één, en zwicht.
Het doodfloers doet hem kracht en zintuig derven:
Een ijskoud zweet bedekt zijn aangezicht,
Een laatste snik - daar buigt hij 't hoofd tot sterven.
Verwoede Argant houdt zich bij 't lijk niet op,
Maar vlucht weêr voort, in daavrenden galop.