75.
't Volk rot te hoop met vliegende oproervanen.
Trompetgegil, dat door de wolken snijdt,
Krijgsdeunen, schor en valsch gelijk orkanen,
En zwaardgeklak, vermenglen wijd en zijd.
Herauten snellen spoorslags aan, en manen
Den Veldheer tot een onverwijlden strijd;
En Boudewijn, geharnast tot de tanden,
Tart d' eerste, die den Meester aan durft randen.