86.
De Heiden beeft van razernij, en bruischt:
- ‘Zoo kom dan op, en proef hoe ik mijn haatren
Ontfang! Nu zal het blijken, of uw vuist
Het zegel drukt op uw hoogmoedig snaatren.’
Zij rennen aan. Hun beider pluimbos suist
Op d' aâm des winds. De lange lansen klaatren,
En Reimont, die met valkenoogen mikt,
Treft 's vijands helm, maar deze - is onverwrikt.