22.
De Koning zwijgt. En de Amazone telt
De duizend af, die zich met haar verwijdren:
In zijn gewonen maliekolder snelt
Argant aan 't hoofd dier uitgelezen strijdren.
Nabij de stad begint een grazig veld,
Dat doorloopt tot het kamp der Kruisbelijdren:
't Is vrij en vlak en, wáár men henen blikt,
Uitnemend voor een worstelperk geschikt.