73.
Zoo spreekt hij. Met van vreugde glinstrende oogen
Blikt de Eremiet naar boven. Hemelgloor
Heeft zijn gelaat met stralen overtogen:
Gods leven dringt zijn sterflijk hulsel door;
Des Geestes vol, van heilge drift bewogen,
Heft zich zijn ziel naar 't Cherubijnenkoor,
En zweeft er met een zaligend verblijden
Door de eeuwge reeks der jaren en der tijden.