39.
Maar eindlijk tot het uiterste gedreven,
Verwoed, weêrzijdsch met hoon en schimp belaân,
Daar wenden zij zich plotsling om, en geven
Hun paarden tot den aanval ruime baan.
O Muze! schenk mij nieuwe kracht, nieuw leven!
Blaas in mijn hart het vuur dier dappren aan!
Laat mijn gezang hun worstling evenaren,
En 't strijdrumoer rinkinken door mijn snaren!