62.
‘Ik-zelf, ik blijf beschermende aan uw zij',
‘En zal mijn kracht aan al uw wapens huwen!
Zóó spreekt het spook, en weet de razernij
Den zoon van 't Zuid naar 't kokend brein te stuwen.
Wild springt hij op, gelijk een Helharpij,
Met blikken die venijn en vlammen spuwen.
Hij wapent zich, en met gezweepte schreên
Voortijlende, roept hij zijn volk bij één.