4.
Alfonzo! Gij, mijn Redder! die d' orkaan
Mijns tegenspoeds grootmoedig hielpt bedaren,
Die mij bij tijds de haven in deedt gaan,
Schipbreukling op de slingerende baren:
Neem Gij mijn Lied met helder voorhoofd aan!
'k Bestemde 't U te midden der gevaren.
Wie weet, of daar geen profecy in klinkt
Der Heldenlier die eens uw glorie zingt!