2.
Hij, Christen eens, nu snoode Renegaat,
Ontheiligt thands, in lastrende gebeden,
Twee eerediensten, die hij slecht verstaat,
Te saam' belijdt en samen heeft vertreden.
En zoo hij nu zijn rotsspelonk verlaat,
Getuige van zijn gruwbre plechtigheden,
't Is om zijn heer in 't algemeen gevaar
Zijn raad te biên - twee demons bij elkaâr!