5.
Hoe pijnlijk ook zijn wonden steken mogen,
Hoe fel het zweet langs al zijn leden gudst,
Zoo lang de zon blijft schittren aan de boogen,
Klimt hij niet af, noch gunt hij 't lichaam rust.
Maar als de nacht, met rouwfloers overtogen,
Natuur ontkleurt en 't licht der waereld bluscht,
Vertoeft hij om zijn wonden te verbinden,
En hier of daar een handvol spijs te vinden.