27.
Ach, niet alzoo den Hemel aangeschonnen!
Gods kracht is groot: geen onzer smade ze ooit!
Het goede werk, zoo heerlijk schoon begonnen,
Worde evenzoo ten einde toe voltooid!
De toegang aller wegen is herwonnen,
De lente heeft het stramme bloed ontdooid:
Waarom de Stad, het doelwit der viktorie,
Niet aangetast? Wat kortwiekt onze glorie?