58.
Zoo bleef dan nu, al werd het lichaam vrij,
Gevangenschap heur kranken geest beschoren!
Ze ontweek met smart de zoete slavernij,
Den dierbren heer, zoo innig uitverkoren.
Maar 't zelfgevoel der vrouwlijke waardij,
De trots, een koningsdochter aangeboren,
Gaf haar den moed, om, aan heur moeders hand,
Te trekken naar een haar vermaagschapt Land.