68.
‘Beklim een schip, en, met gewiekten spoed,’
(Zoo luidt zijn last) ‘naar Griekenland gevlogen!
Daar toeft - gelijk een hand mij weten doet,
Die nimmer mijn vertrouwen heeft bedrogen -
Een jonge Prins van ongetemden moed,
Die ons ter hulp het zwaard heeft uitgetogen:
De fiere Deen rukte uit het verre Noord
Aan 't voorhoofd van een talrijk Leger voort!