4.
Zoo dobbert vaak, door golfslag en orkaan
Ten hemel op-, ter helle neêrgesmeten,
Het scheepsvolk rond op vreemden oceaan,
En ziet den dood vast loeren door de reeten.
Maar naauwlijks lacht de verre kust hen aan,
Of alles juicht met schelle vreugdekreeten,
Vergeet op eens alle arbeid en verdriet,
En wijst om strijd naar 't blaauwende verschiet.