21.
Vermurwen ooit mijn vurige gebeden
Een Hemel, die soms boven bidden geeft,
Dan zal eens hij deez' lommer binnentreden,
Die nu misschien mij lang vergeten heeft.
Dan richt hij naar het eenzaam graf zijn schreden,
Waar zeegnend hem mijn bleeke schim omzweeft:
Dan brengt hij der getrouwe martlaresse
Een spade krans, een traan, een lijkcypresse!