19.
Marsch! Voorwaards marsch! Ik zal den heirweg banen:
Hij loopt door bloed en bekkeneelen heen!
Leer van mijn zwaard, de woede van de orkanen
Te huwen aan de wreedheid der hyëen!
De roem van 't Kruis zal nu voor eeuwig tanen!
Nu wordt gij groot, en 't Oosten vrij gestreên! ....’
Zóó weet zijn taal hun krijgsvuur op te wekken,
Waarna ze op nieuw in stilte voorwaards trekken.