45.
Gelijk een beer in 't woud der Alpenketen,
Getroffen door den harden jagersspeer,
't Gevaar trotseert, den doodschrik heeft vergeten,
En brullend inrukt tegen 't moordgeweer:
Zóó raast Argant met zinneloze kreten,
Getroffen en vernederd keer op keer:
Maar zóó door wraak verbijsterd, dat hij reden
En zelfbedwang met voeten heeft vertreden.