48.
Nu dubble woede aldus heur kracht ontplooit,
Laat kunst of overleg niets meer te hopen.
Zij houwen blindlings toe en missen nooit,
Maar vlijmen schild of maliekolder open.
De bodem is met wapengruis bestrooid,
Verscheurd, vertrapt, met zweet en bloed bedropen,
En 't zwaard valt neêr gelijk een onweêr valt,
Terwijl de bliksem licht, de donder knalt.