65.
Zij zwijgt; maar ook haar zwijgen is welsprekend,
En elke blik een sprakeloos gebed.
De Veldheer peinst, en aarzelt, en berekent
De kansen. Hoe! zoo hier een listig net
Ware uitgespreid? .... Hij weet wat trouw beteekent,
Waar God niet woont noch vreeze voor Gods wet.
Maar evenzeer voelt hij zijn hart bewogen
Door al de kracht van 't edelst mededogen.