73.
En 't windtjen schudt met vrolijk vleugelklappren
De krijgshuit, door d' ontslapene eens bewaard,
Maar die men nu aan tak en twijg ziet wappren,
Door vriendenzorg ten eertrofee vergaârd.
De stam wordt met den wapenpraal des dappren
Omhangen; en de spitse van een zwaard
Schrijft in de schors: ‘Hier ligt een Held begraven:
Treedt zacht, en huldigt Dudoos asch, gij Braven!’