62.
- ‘Neen! neen! aan 't lot eens enklen hange niet,’
Zoo spreekt hij, ‘'t lot van zooveel duizendtallen!
Gij zijt geen needrig krijgsman: gij gebiedt
Als Legervoogd. Met U - zou álles vallen!
Steun des geloofs! U flonkert in 't verschiet
De zegekrans op 't puin van Babels wallen.
Onkwetsbaar blijve uw dierbaar hoofd bewaard!
Aan U de staf - aan anderen het zwaard!