52.
Toch heeft hij thands geen oogen voor haar pracht:
Hij schiet haar aan, en voelt de last niet wegen.
Maar 't oude zwaard van welbeproefde kracht
Wordt ijlings aan de linkerheup geregen.
Zaagt ge immermeer, in donkren middernacht,
Een bloedige komeet ter kim' gestegen,
Die in heur staart de pestilentie voert,
Tyrannen doodt, en natiën beroert?