9.
Hij ziet hoe Boudewijn de vingren joken
Naar oppermacht en 's waerelds blinkend slijk:
Hoe Tankred, in verdwaasde min ontstoken,
Het daglicht vloekt, zijn eigen schim gelijk.
Hij ziet hoe Bohemont onafgebroken
De zuilen van zijn Antiochiesch rijk
Al hooger optrekt op de vastigheden
Van Orde en Wet en Kunst en Christenzeden,