82.
- ‘Fiere Amazoon!’ zoo fluistert ze: ‘ach, hoe doet
Uw zalig lot mij van jaloerschheid smachten!
Niet dat mijn jeugd uw glans benijden moet,
Niet dat mijn trots ooit naar uw roem zou trachten;
Maar o, geen sleep weêrhoudt uw vluggen voet,
Geen doodsche cel begraaft uw frissche krachten:
Zoo vaak gij wilt, schiet gij de wapens aan,
En vreez' noch schaamt' verhindert U te gaan!