11.
Heer, dringt mijn blik door uwe ontwerpen henen,
Dan wilt gij tot Egyptens Koning gaan;
Maar kon ook 't Lot u schild en vleuglen leenen,
Toch bracht die tocht u luttel voordeel aan:
Ook zonder u zal 't heir der Saraceenen
Welras vergaârd en onder 't wapen staan.
Neen, dáár kan in zijn schitterendste stralen
De luister van uw dapperheid niet pralen!