87.
Geen oude list, of zij beproeft die weder,
Bij 't jagen naar een nieuwen zegepraal.
Niet altijd en voor allen even teder,
Verandert zij haar strijdplan honderdmaal.
Nu slaat zij 't oog met eedle schaamte neder,
Dan gloeit het rond gelijk een zonnestraal;
En beurtlings spoort of teugelt zij haar slaven,
Naar ze in 't gareel hen kruipen ziet of draven.