50.
Hij komt, de sterke! om grijzen Dudoos moord
Te wreken op de trouwloze barbaren.
Hij groet zijn heir met dit heldhaftig woord:
‘Wat staat ge? Wat belet U voort te varen?
Onze Overste ligt in zijn bloed gesmoord,
En zou de wraak niet koken in onze aâren?
Hoe zouden wij in dit beslissend uur
Wegdeinzen voor een waggelenden muur?