104.
Zij blikt ontroerd naar 't legerkamp, en zucht:
‘Weest mij gegroet, slagorden der Latijnen!
Hoe lieflijk waait een balsemvolle lucht
Mij tegen uit uw blanke tentgordijnen!
O mocht in 't eind, na zoo veel ongenucht,
De heilzon in uw midden mij beschijnen!
Mij dunkt, dat ik alleenlijk bij 't geschal
Der wapenen, de vrede vinden zal!