74.
‘Een ander kome! of twee! een gantsch gelid!
Een legioen! Rukt aan van alle zijden,
Tien duizenden! als uit een heir als dit
Geen enkele met mij alleen durft strijden!
Ginds ligt het graf van Jezus dat ge aanbidt:
Hoe? kunt gij 't zien, en durft gij 't niet bevrijden?
Schendt ge uw gelofte? Ontsloten is de baan!
Of - spaart ge uw arm voor gróóter heldendaân?’