46.
Wat wilt gij? Spreek! Het Ridderlijk geweer
Doen wroeten in eens broedem ingewanden?
De Christenheid is 't Lichaam van den Heer:
Waagt gij 't, in haar, den Christus aan te randen?
Verwerpt gij dan voor een verganklijke eer,
Wuft als het schuim dat dobbert langs de stranden,
De Glorie die der Godsvrucht is bereid,
De onwelkbre kroon der Hemelheerlijkheid?