37.
De Veldheer spreekt: - ‘Gehoorzaamheid te leeren
Aan mindren, is de deugd der meerdren! - Gij,
Wat vergt ge dan, dat ik, o dwaas begeeren!
De Grooten stijve in blinde razernij?
Mocht ik alleen het slaafsch Gemeen regeeren,
Wat zou er worden van mijn heerschappij?
Papieren kroon en blikken veldheersstander
Past kindren. Neem ze weêr! Ik gun ze een ander.