99.
- ‘Gij, mijn heraut! gij moet mijn weg bereiden
Naar 't legerkamp: rijd snel en onvertsaagd!
Laat U terstond naar Tankreds tent geleiden,
Zeg dat een jonkvrouw hem te naadren waagt,
Wier hart, wier ziel, hem teedre tranen schreiden,
Die heeling brengt en hem om vrede vraagt,
Om vrede, want de Liefde sloopt haar krachten:
Eer hij geneest, kan zij geen heil verwachten!