48.
Dus tracht Orkaan met sluwvernisten mond
Den inhoud van zijn reden te verbloemen -
Zijn lafheid wil een schandlijk vreêverbond,
Voor cijns gekocht; al durft hij 't woord niet noemen.
Intusschen sloeg den Sultan waar hij stond
De vlam door 't bloed: ‘Zal u die weekling doemen?’
Blaast nu Ismeen hem zacht in de ooren, ‘Heer,
Duldt gij dien smet, geworpen op uwe eer?’