46.
‘Ik ben Klorinde,’ spreekt ze: ‘ook Gij wellicht,
O Aladijn, hebt soms dien naam vernomen.
'k Heb mij op nieuw ten oorlog afgericht,
'k Wil strijden in het leger uwer vroomen.
Beschik! bepaal! Ik zal geen kleine plicht
Versmaden, en geen groote doet mij schroomen.
Betrouwt gij 't Bolwerk aan mijn waakzaamheid,
Of eischt ge in 't Veld mijn krachten, - 'k ben bereid!’