101.
Hij wordt in 't kamp met minzaamheid ontfangen.
Fluks leidt men hem naar Tankreds krijgstent voort:
Daar ligt de held met bleekbestorven wangen,
Die tintelen als hij de tijding hoort.
Hij blijft alleen vol hoop en zielsverlangen,
Terwijl de bode op nieuw zijn klepper spoort,
Om zijn Meestress' de heilmare aan te bieden,
Dat alles naar heur wenschen zal geschieden.