39.
Hij doet vooral zijn lemmer nederstrijken,
Waar de eêlste kracht van 't menschenlichaam huist.
Zijn dreigtaal, met een stormwind te gelijken,
Bevleugelt elken slag, die nederzuist.
Rank als hij is, zoekt Rambout hem te ontwijken,
Nu links, dan rechts ontglippende aan zijn vuist.
Ook weet hij, vlug en krachtig, duizend keeren
Met schild of zwaard de houwen af te weeren.