80.
't Is de Engel, die, van d' eersten stond af aan,
Toen Reimonts oog de stralen ving van 't leven,
Hem door Gods gunst op de aardsche pelgrimsbaan
Ten eeuwigen Beschermgeest was gegeven.
Hij mocht nog pas des Heeren wenk verstaan,
Of heeft alreeds de wieken opgeheven,
En ijlt ter burcht, die heel den wapenschat
Van Englen en Aartsengelen bevat.