78.
Maar geen uit al die Ridders voelt zóó zeer
Als jonge Eustaats hoe Liefde en Deernis kluistren.
Hij komt, en geeft in stoute woorden weêr
Wat anderen uit eerbied naauwlijks fluistren:
- ‘Te onbuigbaar streng, mijn broeder en mijn Heer!
Zoudt gij alleen naar eigen oordeel luistren,
Wanneer ge ook nu hardnekkig weigren bleeft
Wat vurig in ons aller wenschen leeft.