51.
Ik koester dus 't onwankelbaar vermoeden,
Dat Mohammeth dit wonder heeft gewrocht,
Om de eere van den tempel te behoeden,
Waar Allahs volk geen afgod dulden mocht.
Ismeen moge op zijn tooverrijmen broeden,
- De wapens waar zijn lafheid heil in zocht! -
't Voegt Riddren, op den vijand in te houwen:
De krijgskunst is de Kunst waar wij op bouwen! ....’