47.
Zóó roemen ze, en met sneller glofslag adert
Hun 't bloed door 't hart. Daar dreunt trompetgeschal
En wapenklank! De ruiterbende nadert,
Die weêrkeert van haar strooptocht door het dal.
Een rijke buit heeft ze op haar tocht vergaderd:
Blank zuivelvee en schapen zonder tal,
Rijst, tarwegraan en geele maïstrossen,
En haver voor de hongerige rossen.