7.
Op 't voorbeeld van hun vroomen Leidsman, treden
Ze ontschoeid daarheen, in worstelend gebed:
Zij scheuren zich de pronksels van de leden,
Zij rukken zich de pluimen van 't helmet,
Zij zuivren 't hart van 's waerelds ijdelheden,
Terwijl een traan hun bleeke wangen net,
Èn schoon dus elk zijn Heiland schreiend huldigt,
Geen die zich niet van ongevoel beschuldigt: